Bomen en heesters

Het maken van een plantgat verstoort de bodembiologie in ernstige mate. Daarom duurt het normaal gesproken een jaar voordat nieuwe planten goed aangeslagen zijn. Het kan veel sneller, als bij het aanplanten meteen de juiste schimmels en nuttige bacteriën meegegeven worden. Bij de aanplant van bomen langs wegen is er terecht veel aandacht voor de bodem, die ook onder hoge verkeersdruk niet mag verdichten. Zo’n bodem bestaat vaak uit zand dat bijgemengd is met compost. De bodemorganismen in deze compost zijn echter niet zo geschikt om de boom te helpen in zijn groei en gezondheid. Beter is het meteen de juiste bodembiologie mee te geven.

Verplanten van oudere bomen en struiken
Verplanten van (oudere) bomen en heesters is een werk voor vakspecialisten. Als grotere bomen of heesters verplant moeten worden is het van groot belang om veel aandacht te besteden aan de voorbereiding. Op de volgende manier laat u de verplanting succesvol verlopen: Aan het eind van de winter en in het najaar vormen bomen en heesters de meeste nieuwe opnamewortels. Als een boom in de winter verplant moet worden, is het zinvol om deze vanaf eind augustus tot eind oktober voor te bereiden. Graaf een sleuf rond de boom of heester, die overeenkomt met de uiteindelijke kluitmaat. Laat de onderzijde van de kluit ongemoeid. Graaf de sleuf zo diep als er wortels groeien. Wikkel plastic om de zijden van de kluit en vul de sleuf met de uitkomende grond. Injecteer nu PHC Injectable in de gehele kluit. De boom of heester zal binnen het plastic veel nieuwe wortels aanmaken die veel mycorrhiza's bevatten. Voor de verplanting de sleuf weer opengraven, het plastic verwijderen en de kluit zo snel mogelijk inpakken om uitdroging te voorkomen. Daarna de boom of heester naar de nieuwe plaats vervoeren. Meng 5 kilo Biovin in per kubieke meter opvulgrond. Na de aanplant op de definitieve plaats de kluitrand en de opvulgrond weer injecteren met PHC Injectable. U zult zien hoe snel de boom of heester aanslaat en doorgroeit. Meer informatie en werkbeschrijving staan in ons Informatieblad injecteren.

Rozenmoeheid
Op grond waar al rozen hebben gestaan, slaan nieuwe rozen slecht aan. De oorzaak van deze ‘rozenmoeheid’ is aantasting door aaltjes die de wortels aanvreten. Om te voorkomen dat nieuwe rozen meteen na de aanplant aangetast worden, wordt meestal geadviseerd om de grond 80 centimeter af te graven en nieuwe grond aan te brengen. Dit helpt, maar slechts tot er weer een nieuwe aantasting uitbreekt. Bodemmoeheid kan voorkomen worden door rozenstruiken bij de aanplant te voorzien van de juiste mycorrhiza’s en bodembacteriën. Dat heeft een goede preventieve werking tegen ziekten en werkt levenslang. Ook in een vroeg stadium van aantasting kan er nog veel gedaan worden, zodat de rozenstruiken niet vervangen hoeven worden. Er is heel veel ervaring opgedaan met de toepassing van mycorrhiza’s en bodembacteriën bij rozen. Lees er alles over in ons Informatieblad rozenmoeheid  

Kastanjeziekte is een uiting van een complex van verzwakkende factoren, maar behandeling is zeker wel mogelijk. Lees er meer over in ons Informatieblad Kastanjeziekte.

Rhododendrons, azalea’s en laurierachtigen vergen een speciaal soort mycorrhiza’s. Voor deze groep hebben we een apart programma samengesteld: het rhododendronprogramma.

12 artikel(en)

12 artikel(en)